Historie

DE GESCHIEDENIS VAN DE NIEUWSTADSKERK

De Nieuwstadskerk in Zutphen is al meer dan 8 eeuwen oud en heeft zijn wortels in de 13e eeuw. Samen met de torens van de St. Walburgiskerk, de Broederenkerk en enkele stadstorens domineert de Nieuwstadskerk al vele eeuwen het stadsbeeld van Zutphen.

De kerk was van oudsher de enige kerk in de Nieuwstad, gebouwd tijdens de stichting van de Nieuwstad door Otto II van Gelre (1229-1271). De precieze stichtingsdatum van de kerk is onbekend. De kerk wordt het eerst vermeld in een koopakte uit 1272, maar men neemt aan dat de kerk rond 1250 gebouwd is.. Een belangrijke reden voor Graaf Otto van Gelre voor het stichten van de Nieuwstad was de mogelijkheid om onafhankelijk te worden van de bisschop van Utrecht.. De kerk was in de eerste fase waarschijnlijk niet meer dan een kapel, deels van hout, deels van steen. Oorspronkelijk was de kerk niet overwelfd, maar had een houten plafond. De bouwwijze en de materialen wijzen erop dat de Nieuwstadskerk gelijktijdig is gebouwd met de Broederenkerk. De toren werd eerst los van de kerk gebouwd, en rond 1300 met de kerk verbonden, waarna hij meerdere malen werd verhoogd. De torenspits is gedateerd op 1441.

In de toren hangt nog een uniek en compleet gelui van vier middeleeuwse klokken, de 14e -eeuwse Mariaklok, een uit 1446, een uit 1462 en de jongste en grootste klok is gegoten in 1565.

Opvallend is de grootschalige uitbreiding en verbouwing van de kerk tussen 1485 en 1530. Dit is opmerkelijk omdat in deze periode door de pestepidemieën zowel de economie als het inwonersaantal van de stad terugliep. De burgers hadden in deze moeilijke tijden wellicht behoefte aan het houvast dat het geloof kon bieden, en waren bereid om te betalen voor de uitbreiding van de kerk.

De kerk werd in de 15e en 16e eeuw intensief gebruikt door meerderegroepen parochianen. Naast de reguliere diensten rond het hoofdaltaar, gewijd aan Onze Lieve Vrouwe (Maria) waren er minimaal tien vicariën, waarvan de altaren in de zijbeuken stonden. Het lidmaatschap van een vicarie leverde inkomsten op voor het onderhoud van het altaar en de vicaris. In 1582 moesten de katholieken de Nieuwstadskerk aan de calvinisten afstaan.

Tijdens de Spaanse bezetting van 1583 tot 1591 kregen de katholieken de kerk terug, maar zij mochten de kerk niet gebruiken voor religieuze doeleinden. Na de herovering van Zutphen door prins Maurits in 1591 en de invoering van de reformatie werd het openbaar belijden van het katholieke
Plan van aanpak restauratie kerk en toren met publieke toegang versie 4.0 Pagina 4/16

geloof strafbaar. In 1672 werd Zutphen bezet door Franse troepen, die de kerken weer aan de katholieken terug gaven. Na het vertrek van de Fransen in 1674 keerde men echter weer terug naar de oude situatie. Vanaf deze periode was het stadsbestuur echter wel milder ten opzichte van de katholieken; het belijden van het katholicisme werd oogluikend toegestaan. In 1809 werd de kerk door Lodewijk Napoleon terug gegeven aan de katholieke gemeenschap. Als gevolg van het wisselend gebruik van de kerk door verschillende geloven, liggen er in de Nieuwstadskerk mensen van velerlei geloofsovertuigingen begraven

De Nieuwstadskerk is in de loop der eeuwen meerdere malen in zijn voortbestaan bedreigd. De kerk had tijdens oorlogen veel te lijden en er was meestal geen geld voor het onderhoud. De kerk werd tijdens de belegering van Zutphen in 1572 door de opstandelingen van Willem van den Berg en de herovering in hetzelfde jaar door de Spanjaarden ernstig beschadigd. De soldaten sloopten de glasin-loodramen om van het lood kogels te smeden. Ook veel kostbare kerkstukken gingen in deze periode verloren. In 1645 besloot het stadsbestuur de kerk te restaureren zodat gereformeerde gelovigen er gebruik van konden maken. In de loop der eeuwen kwam de kerk door verscheidene oorlogen langzaam weer in een staat van verval. Tijdens de Franse revolutie liep de Nieuwstadskerk ernstige schade op door het gebruik als militair hospitaal en garnizoensbakkerij door de Engelsen. Het orgel, de preekstoel, de banken en het ijzerwerk werden uit de kerk gesloopt. Toen de kerk in 1809 weer aan de katholieken werd toegewezen, had de kerk geen dak en vloer meer, en zat er geen glas meer in de ramen. De kerk moest wederom gerestaureerd worden, maar de katholieken hadden hier geen geld voor. In 1814 dreigde het stadsbestuur van de Nieuwstadsskerk een kazerne te maken als men niet gauw begon met de restauratie. Na enkele brieven aan de koning, een landelijke collecte en uiteindelijk subsidietoezegging van het rijk, kon met de restauratie begonnen worden. Op 12 december 1816 werd de kerk plechtig ingewijd.

 

Link: Beeldbank van de rijksdienst voor het cultureel erfgoed